Eerste motorrijles

Introductie
Daar stond ik dan: bij Spoorenberg's Verkeersschool in Edam, gesitueerd op een klein industriegebied met weinig verkeer. Frans Spoorenberg, de eigenaar en motorinstructeur, heette me welkom en begon meteen alles uit te leggen over de Kawasaki ER-5, waarop ik in de komende anderhalf uur zou moeten rijden. Hij liet me zien hoe je de motor start, hoe je de lichten en remmen bedient, en op welke manier je schakelt. Vervolgens zei hij tot mijn niet geringe verbazing: "Weet je wat? Zet je helm maar op en rijd maar een paar straten om, terwijl ik de pilonnen pak voor de oefeningen. Je kunt hier rechtuit, einde straat rechts, dan twee keer links, en bij de rotonde opnieuw links, dan kom je hier weer uit, komend vanaf die kant. Veel plezier!"

Kawasaki ER-5


De eerste vijf minuten
Ik startte de motor, terwijl Frans nonchalant wegliep. Heel erg voorzichtig schakelde ik in de 1e versnelling, en bediende ik de koppelingshandle. De fiets ging vooruit. Ik liet de koppeling verder opkomen en draaide wat aan de gashandle. Daar ging ik! Nu, achteraf, heb ik geen idee meer wat ik de eerste veertig meter heb uitgespookt. Ik moet de steun hebben gezocht voor mijn rechter voet, terwijl ik me inprentte dat (in tegenstelling tot de Ely) de linker handle de koppeling was, en de rechter handle de voorrem. Ik moet wat kramp hebben gevoeld in mijn heup vanwege de akelige zithouding op dat ding. Toen realiseerde ik me, dat de motor flink aan het brullen was. Schakelen dan maar, dacht ik bij mezelf!
Terwijl ik bezig was met het dichtdraaien van de gashandle, het inknijpen van de koppeling en het zoeken naar de tweede versnelling met de linker voet, naderde ik de eerste kruising. Hoog tijd om niet meer te accellereren, uit te kijken voor andere weggebruikers, langzaam wat af te remmen, de goede positie op de weg te vinden voor een rechter bocht, in de spiegel te kijken, kalm te blijven, en ....
Het lukte me de bocht te nemen zonder om te vallen. Ik vond zelfs tijd om me te realiseren dat ik vergeten was richting aan te geven. Het hart bonkte. Maar het maakte niet uit: hier kwam een recht stuk weg, en kon ik weer aan opschakelen gaan denken. Deze keer ging het al wat beter. Het duurde niet lang voordat ik in de derde, en daarna in de vierde versnelling reed. Deze motor heeft er zes, dus zat versnellingen om te oefenen.....Oeps!, ik reed plotsklaps 80km/h waar een maximum van 50km/h gold.
Gelukkig gingen de volgende vier minuten een heel stuk beter, en ik kwam dan ook veilig weer bij het schoolgebouw aan. Frans stak de hand op, ten teken dat ik daar moest stoppen. Wat nog lukte, ook!



"Laten we nu dan maar wat oefeningen gaan doen", zei hij, alsof ik zojuist een ervaren motorrijder was geworden die toe was aan het moeilijke werk.

De pilonnendans


De pilonnendans
De eerste oefening leek makkelijk zat: zes pilonnen werden in een rij op vijf meter van elkaar geplaatst, en ik zou daar omheen moeten slalommen in de tweede versnelling. "Gewoon rechtuit kijken, en niet naar de pilonnen onder je", adviseerde Frans. Tja, de eerste keer ging behoorlijk goed, maar bij de volgende rond lukte het me er twee om te kegelen. Verdorie!! Gelukkig gingen de derde en vierde poging heel aardig, dus op naar de volgende oefening: zelfde pilonnen, maar nu wat dichter bij elkaar. Die moest ik nu proberen overeind te laten staan terwijl ik er in de eerste versnelling stapvoets, gebruik makend van de voetrem, omheen ging. En ook dat ging niet verkeerd.
De moeilijkste oefening bleek de "acht" te zijn. Dit had ik al verschillende keren op de Elystar gedaan, en ik vond het een makkie. Maar op deze fiets lag dat allemaal wel even anders. Ik bleef maar de bochten in leunen, wat niet de bedoeling is. "Gebruik je heupen. Duw de motor om, onder je vandaan, en hou je lichaam rechtop!", bleef Frans roepen. Uiteindelijk lukte het me de linker draai redelijk uit te voeren, maar de rechter bocht is me nog niet gelukt.

Inmiddels waren er vijftig minuten om. Hoewel het ideaal weer was (zonnetje, wat wind, 21 graden en droog wegdek) voelde ik me alsof ik al een uurtje of drie in de woestijn had gereden. Frans vatte de oefeningen rustig samen, en ik knikte af en toe, blij dat ik even rustig kon ontspannen. Dan stelde hij voor: "Zullen we nu een toerritje maken?". Tjonge! Ik had er helemaal niet op gerekend dat we al gelijk de eerste rijles toe zouden komen aan rijden op de echte weg, maar hij meende het serieus. En dus gingen we op weg naar Edam, Volendam en Katwoude.

Het eerste toerritje


Het eerste toerritje
Ik kreeg een oorplug met ontvanger, en zette mijn helm weer op. "Daar gaan we!" Zijn stem klonk nu rechtstreeks in mijn oor. Ik reed weg, en hij volgde op zijn gigantische instructeursmotorfiets. Langzaamaan voelde ik me iets meer op m'n gemak. Ja, het nemen van de bochten ging nu goed, en ik vond eindelijk voldoende tijd om op het verkeer te letten. Het lukte me zelfs om tegelijkertijd te schakelen, de gashandle te bedienen, richting aan te geven en te genieten van het motorrijden. Alleen het regelmatige "volgende kruising rechts" en "vergeet niet weer je richtingaanwijzer uit te schakelen" verstoorde de verder kalme stadsrit.
Het ritje door de vrij rustige straten leverde niet veel problemen op. Wat nu volgde was een stuk IJsselmeerdijk van een kilometer of twee. Dit is een prachtige weg voor ervaren motorrijders. Lange bochten, veel ruimte om ver voor je uit te kijken, enzovoort. Frans gaf me opdracht om te stoppen and de kant van de weg, zodat hij me verdere instructies kon geven. Hij leerde me vanaf welke plek op de rijbaan je de rechter en linker bochten inzet. Hoe je anticipeert op verkeer vanuit de tegengestelde richting. In het algemeen: wat je positie is op de weg in diverse situaties, en waarom. Toen ik knikte dat ik het allemaal had begrepen, voegde hij nog toe: "Oh, halverwege ga ik je inhalen, en rijd ik voorop. Het is dan aan jou om mijn lijnen te volgen."
Daar gingen we weer. Ik reed zo'n 800 meter lang voorop. Dan zag ik hem, in mijn spiegels, knipperen. Het volgende moment scheurde hij langs in, naar mijn gevoel, gigantische snelheid. Hij dwong me te accellereren en flink wat sneller te gaan. Vanaf dat moment voelde het alsof ik vloog (in werkelijkheid was onze snelheid maar 75km/h)! Vloeiende bochten, fietsers inhalen op de linker weghelft, het was allemaal prachtig.
Terug op de provinciale weg, de N247, verhoogden we onze snelheid naar 90km/h. Nu voelde ik de sterke tegenwind tegen mijn borst, vooral doordat de fiets geen windscherm had. Het was nogal oncomfortabel, hoewel ik vermoed dat veel motorrijders juist dit gevoel het meest waarderen.

Terug bij de verkeersschool vatte Frans de korte toerrit samen. Vooral bij rotondes moet ik nog een hoop leren.
Mijn haar en rug waren drijfnat bezweet. Mijn heupen en onderrug deden zeer. Mijn portemonniks bevatte inmiddels 58 euro minder. Maar het was een hele fijne ervaring. Eentje om zeker nog eens te herhalen. Degenen die erop hadden ingezet dat ik de smaak te pakken zou krijgen hebben gelijk gekregen. De volgende rijles is geagendeerd voor 27 augustus: een rit naar Hoorn, daar wat oefeningen met pilonnen doen, en dan een ritje terug naar Edam. En nu maar hopen op minstens even prachtig weer!


P.S.
Na de les stapte ik weer op de Elystar. De eerste kilometer van mijn ritje terug naar huis kan worden getypeerd als sloom, ja zelfs langzaam, maar bijzonder comfortabel! Wat zitpositie betreft kan die Kawasaki niet tippen aan de scoot.