Motor rijles

De derde rijles
Vier uur 's middags. Stralende zon, 20 graden, en een beetje wind uit het noord-oosten. Fantastisch weer!
Ik stond nog maar enkele minuten te wachten toen Frans, de instructeur, aan kwam rijden met een cursist die nu klaar was. "Hoi Erick", zei hij terwijl hij zijn helm afzette. "Is de andere cursist er nog niet? Jullie zijn vandaag met z'n tweeën." Omdat ik verder niemand gezien had, schudde ik het hoofd. Na een kort telefoontje meldde Frans, dat Jan zijn les was vergeten, maar er nu onmiddellijk aan komt. "Laten we dus maar vast wat pilon-oefeningen doen", zei Frans.

Ik deed wat "achten" en wat "cirkels". Af en toe zei Frans iets als "probeer je schouders nog wat rechter te houden", maar in het algeheel klaarde ik de oefeningen met redelijk gemak. Na zo'n tien minuten ruimde Frans de pilonnen weer op. "Dat was het al?", vroeg ik. "Is het zo dan goed genoeg?" Frans knikte bevestigend. Kennelijk is het zo in orde, en dat is mooi. Maar toch hou ik voor mezelf het gevoel over dat ik het nog lang niet comfortabel genoeg doe.

De rit
Jan, de andere deelnemer, kwam er op dat moment aan. Hij is een jongere knul, ik schat tussen 18 en 20 jaar, maar was inmiddels wat verder dan ik. Dit was zijn achtste of negende les. "Laten we er een fijne toerrit van maken", zei Frans. "Daar gaan we."
En weg waren we. Na ongeveer vijf kilometer noordelijk te hebben gereden over de proviniciale N247, sloegen we af bij Middellie. Vanaf nu reden we alleen nog kronkelende dijkwegen, en schilderachtige polderstraten. Wat een heerlijke route! Ik reed voorop, hangend in de bochten en ondertussen genietend van het uitzicht. Dit was net zo'n rit als de scootertoerritten waarover ik al eerder schreef op deze website. Maar het gevoel was heel anders. De motorfiets trekt veel sneller op, en voelt ook veel meer solide aan in de bochten. Het ging dan ook prima, behalve dat ene incident waarbij ik op een kruising moest stoppen (en dat ook deed) om vervolgens in de tweede versnelling weer weg te rijden. Een fout, die tot gevolg had dat de motor afsloeg. Verdorie!



Na een half uurtje bereikten we Hoorn. Daar ging het, door het middagspitsuur, door de straten, over kruisingen, en langs fietsverkeer. Het gangbare stadsverkeer, dus. Na tien minuten gaf Frans opdracht even aan de kant te stoppen om de rit tot nu toe samen te vatten. We kregen wat aanwijzingen over de plaats op de weg, en de wijze waarop we op de bochtige polderwegen vooruit moeten kijken. Geen echt nieuwe informatie, maar het is telkens weer prima om op de details gewezen te worden.

Nee, dit ben ik niet. Maar zo moet het wel gevoeld hebben.


Opnieuw de snelweg
Uiteraard werden we ook weer de snelweg opgestuurd. Hier voel ik me nog het minst comfortabel.
De snelweg opkomen ging nog wel behoorlijk, en ik gebruikte mijn spiegels bij het invoegen goed. Wel vergat ik even links naast me in de dode hoek te kijken. Vervolgens ging het de hoofdrijbaan op. Jan reed inmiddels voorop, en gaf flink gas op de oprit. Hij werd vanuit mijn perspectief steeds kleiner, en had dus duidelijk een veel grotere snelheid dan ik. Ik zat inmiddels op 100km/h, terwijl de toegestane snelheid hier 120km/h is.
Dit was beangstigend! Het voelde alsof ik elk moment van de fiets geblazen kon worden, maar omdat Jan alsmaar harder ging, opende ik het gas nog maar een klein stukje. Omdat ik me beslist niet lekker voelde met die sterke tegenwind op de borst, het kabaal rond mijn helm, en de autorijders om me heen die me kwaad aankijken, besloot ik dat 115km/h voor vandaag meer dan zat was. Harder hoefde ik niet zo nodig op deze kleine Kawasaki. Gelukkig mochten we er, na vijf lange snelwegkilometers, bij de afslag Avenhorn vanaf. *zucht*!

Rijden op de snelweg is...ehhh...bijzonder!

De rest van de rit was een makkie. Lokale wegen, snelheden tot maximaal 90km/h, en weinig verkeer op de weg. Dit was een mooie gelegenheid om weer wat te ontspannen.
Mensen, als je een 50cc Elystar scooter gewend bent, dan is 120 op de snelweg op een motorfiets zonder windscherm echt geen grapje!